Concreet betekent dit streven dat de EU en de lidstaten meer werk maken van de regionale integratie. De netwerken van een aantal lidstaten zijn nu nog te geïsoleerd en zijn daardoor afhankelijk van import uit een derde land. Door de aanleg van nieuwe verbindingen tussen de energienetwerken van de lidstaten maken we eveneens een betere werking van de interne markt mogelijk. Voor een verdere verbetering van de interne markt is daarnaast behoefte aan volledige scheiding van eigendom tussen de productiebedrijven en de netwerkbedrijven. Op die wijze kan asymmetrische marktopening het beste worden tegengegaan.
Ondertussen werkt een aantal lidstaten aan het opstarten van kerncentrales die zijn gesloten als gevolg van afspraken met de EU. Dit lijkt niet de beste weg vooruit. Veeleer zou investeren in meer grensoverschrijdende verbindingen de afhankelijkheid van één of enkele derde landen op een meer duurzame wijze kunnen terugdringen.
Andere belangrijke beleidslijnen in het verslag waarin ik me volledig kan vinden zijn het verhogen van de energie-efficiëntie en het vergroten van het aandeel duurzame energie. Over de vraag of kernenergie een rol moet spelen bij het verminderen van de CO2-uitstoot verschillen de lidstaten echter van mening. Dit is dan ook bij uitstek een keuze die de EU aan de lidstaten moet laten. Meer helderheid hierover had het verslag goed gedaan. Hopelijk brengt amendering hierin nog verbetering.